maandag, 24 oktober 2011 14:53

Over Bacalhau, Port en Pasteis

Eten aan- en van de zee

Het zal geen verrassing zijn dat in de kustgebieden, dus ook in de Costa de Prata, vis en zeevruchten overal op het menu staan. Probeert u eens gegrilde verse vis of zeevruchten die aan de hele kust in overvloed aanwezig zijn.

De rijstschotels met zeevruchten of vis zijn ook altijd een prima keuze. Bacalhau, gepekelde en gedroogde kabeljauw, wordt veelvuldig gegeten in Portugal. Men zegt dat er minstens 365 recepten met bacalhau zijn, eentje voor elke dag van het jaar.

Portugezen zijn echte zoetekauwen. Er is dus altijd plek voor een heerlijk zoet nagerecht, waarin veelvuldig ingrediënten als amandelen, honing en eigeel worden gebruikt. Neem er ook eens een lekker glaasje Port of Madeira bij, een heerlijke combinatie.

Voor elk gerecht is er een passende wijn. In iedere regio wordt wijn verbouwd. De Portwijn is weliswaar de beroemdste, maar de wijnen uit andere Portugese gebieden, zoals Estremadura, Alentejo, en Dão, zijn zeer aanbevelenswaardig. En die gaat natuurlijk prima met de in Portugal geproduceerde olijven, worst en kaas.

De pasteis de nata zijn typisch Portugese gebakjes, en wereldberoemd. De allerberoemdste worden gemaakt in Belém in Lissabon. Een verblijf in Portugal zonder minstens één keer koffie met een pastel de nata te nuttigen is eigenlijk niet mogelijk.

Gepubliceerd in Portugese keuken
maandag, 03 november 2014 10:34

Mislukt

Een Portugese specialiteit is marmelada, een dikke gelei gemaakt van kweeperen. Lekker op brood, of met een stuk kaas bij de borrel.

De kweepeerboom in de tuin van Casa Limão gaf heel veel vruchten dit jaar. Zonde om daar niks mee te doen, dus ik ging met een paar kilo kweeperen de keuken in om zelf marmelada te maken. Het is op zich niet moeilijk; je moet alleen veel geduld hebben, want de prut moet uren koken, en je moet regelmatig roeren. Tijdens dat proces verandert de kleur van lichtroze naar donkerrood.

De belangrijkste eigenschap van kweeperen is dat ze heel veel pectine bevatten, wat er voor zorgt dat het uiteindelijk zo'n hele dikke gelei wordt. Dus geen gedoe met jam die niet dik wil worden, zou je denken. Er moest ook nog een enorme hoeveelheid suiker in, dat vind ik altijd vreselijk want dan proef je de vrucht zelf niet meer, dus doe ik er altijd wat minder in. Na een uur of 4 deed ik wat prut op een koud schoteltje en dat werd goed stijf. Het smaakte heel zoet, naar mijn smaak veel te zoet, maar daar kon ik niks meer aan veranderen.

Ik had een pan vol, dus ik kon heel wat vormen vullen. De volgende ochtend keerde ik een vorm om in de verwachting dat daar een stevige, mooi gevormde gelei uit zou komen. In plaats daarvan liep de prut er even hard weer uit als het er in was gegaan. Alleen het bovenste laagje bleek dik, de rest was nog vloeibaar. Dus heb ik alles weer teruggedaan in een pan, weer pruttelen en roeren, maar helaas: de volgende dag bleken de vormen wederom gevuld met vloeibare prut.

Toen was ik er klaar mee! Ik vond het toch veel te zoet, en ik had geen zin om er nog meer tijd en energie in te steken. Ik heb de hele handel in de afvalemmer gegooid. Als ik 's marmelada wil eten koop ik het wel. En volgend jaar maak ik gewoon kweeperentaart , en ga ik kweeperen inmaken. Ik kijk er nu al naar uit!

Gepubliceerd in Costa de Prata Blog
maandag, 24 oktober 2011 14:53

Ginja de Óbidos

Ginja, likeur met eeuwenoude geschiedenis

Óbidos een belangrijke trekpleister in de Costa de Prata. Het ommuurde stadsgedeelte met daarbinnen het kasteel ademt een middeleeuwse sfeer. Heel typisch zijn de witgekalkte huizen, die bijna allemaal omlijnd zijn met blauwe, rode of gele strepen.In de straatjes is het zeer gezellig (en relatief koel in warme periodes). Vanaf de stadsmuur (rondwandeling) heb je niet alleen een spectaculair zicht op de oude stad, maar ook op de omgeving.

De geschiedenis van Óbidos spreekt ook tot de verbeelding: koning Dom Dinis heeft het kasteel kado gegeven aan zijn vrouw Santa Isabel, koningin van Portugal van 1286 tot 1336. De eerste funderingen die tijdens herbouw van de stad na een zware aardbeving in 1755 zijn gevonden dateren zelfs van 308 voor Christus, een Keltische nederzetting.

Erg leuk is de hoofdstraat die je betreedt als je de grote poort doorgaat, met zijn prachtige blauwe wandtegels (azulejos). De vele winkeltjes hebben allerlei handgemaakte en regionale artikelen te koop. Daarnaast zijn er veel restaurants en terrasjes waar je kunt genieten van typisch Portugese gerechten.

Op verschillende plekken kun je genieten van een glaasje Ginjinha (of kortweg Ginja). Deze likeur, gemaakt van morellen, is een typisch drankje wat in Óbidos veel wordt aangeboden en gedronken. Een perfecte plek om dat te drinken is de bar Ibn Errik Rex aan het einde van de hoofdstraat, vlakbij het kasteel. De Ginja die daar geschonken wordt is een oud familierecept en is alleen daar te koop in een mooi vormgegeven fles, ideaal als kado voor thuisblijvers. De bar is prachtig ingericht met een authentieke muurschildering (vraag naar het geheim, 'o segredo da parede') en honderden kleine flesjes aan het plafond. Ze serveren verder dunne chouriço (worstjes) die op de tafel in een aardewerken bakje worden geroosterd, vergezeld van brood en kaasblokjes. Gastheer Antonio ontvangt u met Portugese gastvrijheid.

 

Gepubliceerd in Wijn en Likeur

Bezoekers van deze website

United States 75.4% USA
Netherlands 8.7% Netherlands
Portugal 6.9% Portugal
Belgium 6.0% Belgium

Total:

124

Countries
261523
Today: 45
This Week: 45
This Month: 622

Deze site gebruikt cookies om goed te functioneren.