Leuke Plaatsjes

Glasstad met Engelse twist

Marinha Grande ligt tussen Leiria en de kust. Het is sinds de tweede helft van de 18e eeuw het centrum van de glasindustrie.

De koninklijke glasfabriek (Real Fabrica de Vidros) werd gekocht door een Engelse ondernemer, William Stephens, die onder bescherming van de Marques de Pombal de fabriek verder ontwikkelde en er een school voor glasblazers aan toevoegde. Het hout voor de fabriek kwam uit de dennenbossen in de directe omgeving.

In 1826 is de fabriek aan de staat gegeven en werd daarmee de grootste producent van traditioneel vervaardigd kristal.

In het voormalige huis van Stephens is nu het glasmuseum gevestigd (Museu do Vidro), waar glaswerk uit de 17e tot de 20e eeuw te zien is.

Twee andere musea in Marinha Grande:

Museu Santos Barosa: Santos Barosa is de oudste glasfabriek van Portugal, en nog steeds in bedrijf. Bij de fabriek hoort een museum, de collectie laat zien hoe glas door de eeuwen heen werd gemaakt en gebruikt.

Het Museu Joaquim Correia: de voormalige residentie van een van de meest vooraanstaande families van Marinha Grande. Het huis is 19e eeuws, en huisvest de artistieke nalatenschap van Joaquim Correia. Hij werd in 1920 geboren in een familie van glasblazers. Hij studeerde beeldhouwkunst, eerst in Porto en later in Lissabon. Hij was leerling van bekende kunstenaars als Simões de Almeida (neef), Francisco Franca, Barata Feyo en António Duarte.

Tandradbaan leidt naar ‘hogere sferen’

Met een tandradbaan komt u van het centrum in Nazaré terecht in Sítio, het hooggelegen deel van de plaats. Op het grote plein bij de kerk Nossa Senhora da Nazaré komt jong en oud bij elkaar, worden de souvenirs aan toeristen verkocht en kan men het dorp en het strand van Nazaré 110 meter lager zien liggen. In de kerk bevinden zich vele azulejos-panelen, waaronder ook Hollandse uit de 18e eeuw.

De Igreja (kerk) da Nossa Senhora da Nazaré (oorspronkelijk uit de 12e eeuw, herbouwd in de 17e eeuw) is betegeld met veel mooie azulejos, maar veel belangrijker is het zwarte Madonna beeld. Tweemaal per jaar is dit beeld het reisdoel van pelgrims: op 15 augustus is het Maria Hemelvaart, en in de tweede week van september is de Romaria da Senhora da Nazaré.

Tegnover de kerk staat een kleine kapel, de Capela da Memória, die eveneens grotendeels met azulejos is bekleed. De kapel herinnert aan het wonder dat een edelman in de 12e eeuw is overkomen: tijdens een jachtpartij zou hij met paard en al in de dikke mist over de rand naar beneden storten, toen de Heilige Maagd aan de rand van de afgrond verscheen. Hierdoor zag de edelman de afgrond op tijd en kon hij zijn voortijdig einde voorkomen.

Aan de westkant van het grote plein kan men afdalen naar de vuurtoren (farol). Hier spat het water van de oceaan hoog op tegen de steile klif.

Ook in Sítio zijn diverse bars, restaurants en terrassen, voor een drankje of een maaltijd.

Dorp met rijke historie

De slag om Aljubarrota in 1385 ging tussen de Castilianen en Portugese aristocraten. De Portugezen wonnen, onder leiding van João. Deze zege stond symbool voor de Portugese onafhankelijkheid van Spanje. Uit dankbaarheid voor de overwinning gaf João opdracht tot de bouw van het klooster van Batalha, gewijd aan Santa Maria da Vitória. João en zijn vrouw werden na hun dood begraven in het klooster.

Elk jaar wordt in de maand augustus in Aljubarrota een middeleeuws festival georganiseerd.

Bij de toeristenkantoren kunt u een kaart halen van Aljubarrota, met daarop een leuke wandelroute door het dorp die u langs alle bezienswaardigheden brengt.

Eén van de grootste bedevaartsplaatsen ter wereld. Of u nu gelovig bent of niet, dit oord is absoluut indrukwekkend.

In het voorjaar van 1917 verscheen de heilige maagd aan de drie herderskinderen Lucia, Jacinta en Francisco. In mei 1917 verschijnt Maria voor de eerste keer aan de drie kinderen, daarna komt ze elke maand terug. In oktober 1917 verschijnt ze voor het laatste en gedurende haar verschijningen vertelt zij 3 geheimen aan de kinderen.

Pelgrimstocht

Sindsdien, werd de plaats een belangrijke katholieke bedevaartsoord en trekken duizenden pelgrims ieder jaar op 12 en 13 mei en 12 en 13 oktober naar Fátima.

Het  belangrijkste gebouw is de basiliek van Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans, een neo-klassieke kerk aan het grote plein. De toren is 65 meter hoog, en de kerk wordt geflankeerd door indrukwekkende colonnades die verwijzen naar andere delen van het complex.

Op het plein kunnen de bezoekers de mis volgen in de kapel van Verschijningen, hier wordt de exacte locatie van de verschijningen gekenmerkt door een standbeeld van Maria. Binnen in de basiliek zijn de graven van de drie herderskinderen. Lucia, die in 2005 op 96-jarige leeftijd is overleden, werd in 2006 vanuit Coimbra in de basiliek bijgezet.  

Kerk van de Heilige Drie-eenheid

Fatima is ook de thuisbasis van de vierde grootste katholieke kerk in de wereld, de Kerk van de Heilige Drie-eenheid.

Deze kerk is in 2005 in gebruik genomen  en heeft 9000 zitplaatsen. Bij de bouw zijn gerenommeerde  kunstenaars betrokken geweest uit Ierland, Canada, Portugal, Slovenië en  Duitsland. De kerk kan men via 13 deuren binnengaan, de hoofdingang  en de overige 12 deuren staan symbool voor Jezus en de 12 apostelen. Achter het altaar is een deels met bladgoud mozaïek gemaakt. Het bladgoud staat voor de zoektocht naar het licht door de mensheid. Wanneer u naar het linkergedeelte van het mozaïek kijkt, ziet u Maria met voor haar de 2 herderskinderen die jong gestorven zijn, links achter haar ziet u Lucia. Degene die nog beter naar het mozaïek kijkt, zal zien dat de derde vrouw vanaf links moeder Theresa van Calcutta is. Een Ierse kunstenares heeft het  kruisbeeld boven het altaar gemaakt. Zij heeft hier Jezus afgebeeld met opgeheven hoofd en de ogen open. De achterliggende gedachte hiervan is de verrijzenis van Jezus die de mensheid aanschouwt.

Aan de buitenzijde van de kerk staat op elke hoek een afbeelding van een Paus. De bekendste hiervan is Paus Johannes Paulus die een warme band onderhield met Fátima, en de herderskinderen Francisco en Jacinta, die stierven in 1919 en 1920, in 2000 zalig verklaarde.